<
 
harnischmacher architectuur
projecten contact
 
>
 

 

Skyscraper / 2007 / prijsvraag conceptontwerp voor een wolkenkrabber

 

 

Megastructuren als de wolkenkrabber worden door de technologische ontwikkeling steeds hoger. Het levert een wedloop van naties en steden ter wereld op, met als doel het grootste, hoogste en duurste bouwwerk te realiseren. Deze prestigedrang gaat gepaard met het verlangen om de zwaartekracht te trotseren. Naast deze psychologische insteek rondom de “wolkenkrabber” is er natuurlijk ook de praktische kant van het verhaal; het is een uitkomst voor de verdichting en intensivering van de stad. Het is dan ook een logisch gevolg dat wolkenkrabbers steeds meer op verticale dorpen gaan lijken door hun mix en clustering van functies. Het contact met het maaiveld zal bij nog verdere intensiveringen en verdichtingen verder verminderen.

Bovenstaand als uitgangspunt genomen komen we tot een ontwerp dat zich als een buitenaards ruimteschip presenteert op deze aarde. Het archetype "raket" is uitgangspunt geweest voor de uitwerking van een “verplaatsbaar” en zwaartekracht trotserend bouwwerk. Qua schaal is bewust niet ingegaan op de huidige wedloop, maar met "de voeten op de grond" tot een schaal beperkt die een functionele diameter (50m) van het gevaarte oplevert; de hoogte is daarmee slechts 323 meter; even hoog als het drielandenpunt van Nederland en de Eifeltoren in Parijs.

Het conceptueel rondreizend gebouw heeft als voordeel een mogelijke interactie tussen verschillende culturen. Het interieur van het gebouw is dus afhankelijk van zijn omgeving, tevens wordt het interieur gevormd door de geschiedenis van bezochte locaties. De voor hoogbouw gebruikelijk loskoppeling tussen exterieur en interieur is dus ook hier van toepassing. Het levert inwendig een divers gebouw op dat zich met zijn uniforme gevel schaart in zijn omgeving maar qua vorm typerend genoeg is om ook als autonoom object te fungeren.

Het voordeel van de gebruikte typologie is de gespleten voet. Daarmee kan het gebouw het waarmaken om op plaatsen te infiltreren die als niet bebouwbare ruimte in steden zijn bestempeld; te denken aan verkeersknooppunten of over pleinen en parken heen. Het minimale oppervlak van de poten wordt op niveau samengebald tot het hoofdlichaam van het gebouw. Waar de poten het lichaam ondersteunen wordt een nieuw stedelijk plein op hoogte geïntroduceerd.

 

 

Indeling

De toren omvat verschillende primaire functies enigszins gegroepeerd. Hoofdzakelijk zijn er vier sectoren/ compartimenten; uiteengehouden door gezamenlijke lobbies. In het onderste gedeelte zijn kantoren en laboratoria gevestigd. De drie poten van het gebouw hebben allemaal een aparte kern met liften en trappen die naar het inwendige plein voeren. De commercieel getinte ruimten zijn bewust onderaan geplaatst omdat de relatie met de omgeving voor deze ruimten van groter belang is dan voor bijvoorbeeld woningen en recreatie. Het reeds genoemde inwendige plein zal dan ook meer als een stadsplein op niveau gaan werken, omdat de verticale bewegingen in het gebouw via deze laag moeten worden afgewikkeld. Grenzend aan dit plein zijn dan ook de culturele en recreatieve voorzieningen verticaal gegroepeerd, zoals zwemparadijs, bioscoopcomplex, religieuze voorziening en museum.

De woningen zijn vanwege het nomadische bestaan als een hotelconcept opgezet. De grootte van de woningen variëren naargelang de doorsnede van het gebouw, maar zijn bewust  niet riant om de aanwezige sociale ruimten in het gebouw te versterken; interactie tussen de verschillende culturen van de standplaats is immers gewenst. De woningen worden verticaal geclusterd per 3 verdiepingen. Tussen elke woning is een gezamenlijke tuin gesitueerd die de volledige hoogte van een cluster benut, per cluster dus 24 woningen en 4 tuinen. In het programma zijn 9 clusters opgenomen waarmee het totaal van 216 woningen en 36 tuinen komt. Door de clusters onderling steeds 30 graden te draaien ontstaat een gevarieerd patroon in het exterieur en wordt het massaliteitgevoel onderdrukt.

In de top van het bouwwerk worden de horeca voorzieningen gepositioneerd om het maximale uitzicht te koppelen aan het ontspannen samenzijn van mensen waarbij natuurlijk het ontdekken van de omgeving onderdeel is van het concept van het gebouw.

 

 

 

Constructie

De constructie is gebaseerd op de bouw van een getuide radiomast. Basis is een solide kern die al het verticale transport in zich opneemt. Deze kern staat op een driepoot en wordt aan drie zijden afgetuid. Zo ontstaat er een poot met aan de buitenzijde trekkracht die met het gebruik van langere “spaken” de spatkracht van de poot kan opvangen. Het hoofdlichaam wordt vervolgens door een constructieve schil gevormd volgens hetzelfde principe. Vanuit de poot worden spankabels om de toren heen gewikkeld die een constructief stabiel net vormen. De stabiliteit wordt verkregen door holle betonnen elementen te maken waardoor de spankabels lopen; met andere woorden het principe  van een voorspansysteem. De vloeren bevinden zich daardoor tussen twee constructieve lijnen; de kern en de buitenschil, en zijn dus altijd vrij indeelbaar. Dit is een gewenst principe als het gaat om flexibiliteit zoals in dit gebouw.

 

 

 

 

 

 

 

^

 harnischmacher architectuur - woningbouw - skyscraper 07